Wanneer het leven je begint te dragen
De afgelopen weken voelde ik dat er iets in mij opnieuw werd geordend. Echt vanbinnen. Energetisch.
Ik kreeg van die beelden en ik voelde het vooral gebeuren. Het is eerder ook gebeurd, dat ik beelden zag en veel voelde en ik wíst: o, er staat weer iets te gebeuren. Ik heb alleen nog geen idee wat dan precies.
Ik voelde de verandering al voordat ik kon zien wat ze in mijn leven teweeg zou brengen.
Het was alsof de blokjes in een andere volgorde werden gelegd in mij, waardoor er meer ruimte ontstond. Meer doorstroming.
Er ging een intensieve periode aan vooraf. Tijdens een reis naar Polen en Auschwitz kwam er veel in beweging.
Wat was het intens.
Wat was ik daar aan het opruimen en loslaten uit andere ervaringen en levens?
Ik voelde het aan alles. Oude stukken werden aangeraakt. Mijn lichaam voelde onrustig. Mijn binnenwereld schudde.
En daarna...
Daarna werd het stiller.
Stiller.
Met veel meer ruimte.
Zucht.
Hoe wonderlijk allemaal.
Als je er middenin zit, heb je het nog niet zo door. Als ik er nu op terugkijk en voel, was het zó duidelijk.
Duidelijk ín mij.
Mijn uiterlijke leven zag er echt nog wel hetzelfde uit.
Ik was anders aanwezig. Mijn energie stroomde anders. Mijn verhouding tot mijn werk, mijn lichaam, relaties, veiligheid en ontvangen begon te verschuiven.
Ja, zo gaat dat.
Eerst verandert er iets vanbinnen. Je bewustzijn verschuift. Je energie verandert. Je verbinding met jezelf en met Source verdiept zich.
De buitenwereld heeft nog even de vorm van wie je daarvoor was.
De buitenwereld is ook een replay van je bewustzijn. Wat je nu buiten jezelf ervaart, is een vertraagde weergave van wie je eerder was. Dus het is ook logisch.
En dan begint je leven jouw verandering te tonen.
Zo cool.
De open lus in mij
Het ging eerst wel écht ergens over.
In de periode daarvoor had ik in verschillende relaties steeds dezelfde beweging gezien.
Het leven had het me zo laten zien.
En het leven gaf me, door deze relaties en ervaringen heen, zó de uitnodiging om te kijken, te doorvoelen en de oude lussen voor eens en altijd te sluiten.
Dit was mijn kans.
Ik wíst het.
Hoe moeilijk ook.
Want heel eerlijk: dat deel in mij was volop aan het zoeken in die relaties.
Dat deel in mij, dat kleine meisje, dat om zich heen greep:
Papa, waar ben je?
Papa, zie je me wel? Kies je wel voor mij?
Ik dacht dat je er was, pap. Waar ben je?
Dit waren geen gedachten waar ik me bewust van was, maar het was er wel. Het leefde in mijn lichaam.
En nu kwam het vol naar boven.
Daar dienen onze relaties voor, hè? Het zijn onze spiegels van wat er ín ons leeft, aan energie en frequentie.
Maar oh, wat deed het pijn.
Ik voelde het als een brandende pijn in mijn borst. Een open plek. Iets wat bleef wachten op een einde dat nooit kwam.
De mensen die ik ontmoette, raakten die plek aan. Iedere keer ontstond de hoop dat het verhaal deze keer anders zou aflopen. Dat iemand zou blijven. Dat iemand mij volledig zou zien. Dat iemand alsnog zou geven wat vroeger ontbrak.
Zo probeerde ik buiten mezelf af te maken wat ooit in mij onafgemaakt was gebleven.
Mijn hoofd kende inmiddels veel van deze beweging. Mijn lichaam bleef zoeken naar de ervaring waardoor de lus eindelijk zou sluiten. Het was de brandende pijn van nu, maar eigenlijk van toen. Het was dezelfde pijn.
En je kunt het weten, snappen met je hoofd, maar dat is niet helemaal genoeg. Het wil gevoeld worden.
Het wil echt doorleefd, be-leefd en ge-leefd worden.
En die pull, die kracht die je ernaartoe trekt, om het maar te gaan voelen, is ook zo verdraaid sterk.
Je hoofd kan van alles denken. Het lijf wil er echt heen.
Naar die specifieke frequentie om het op te lossen. Het lijkt dan verliefdheid, maar het is iets heel anders; het is de enorme pull om dit stuk in jezelf los te trillen en op te lossen.
Dat kan ook alleen daar. In die ervaring, in die energie, in die frequentie die zo lijkt op de triangulatie en verstrikking van vroeger.
Ik zie inmiddels: wil je dat oude stuk echt oplossen, dan vraagt dat om eenzelfde soort verstrikking waarin je nu anders kunt kiezen. In die energie van toen, die zo vertrouwd voelt, lijkt het comfortabel, maar is het er om je te laten zien waar je nog niet vrij bent. Waar je nog meer vrijheid mag gaan ervaren.
Dát is de kracht van wat vertrouwd is.
Vertrouwd.
Niet veilig. Maar vertrouwd.
Dit is een zenuwstelsel dat de werkelijkheid herkent waarin het gevormd is. Die werkelijkheid voelt zo bekend. Het lichaam keert ernaar terug omdat dit het veld is waarin het heeft leren overleven.
Het is het normaal dat nooit werkelijk normaal was.
Hoe weet een vis dat hij in water zwemt?
Hoe herkent een lichaam onveiligheid wanneer onveiligheid het enige is wat het heeft gekend?
Zo komen we steeds opnieuw terecht in ervaringen die dezelfde oude pijn aanraken. Andere jasjes. Andere gezichten.
De mensen lijken te veranderen. De omstandigheden lijken te veranderen. De diepere beweging blijft echter gewoon hetzelfde. Tot je hem doorziet, doorvoelt en oplost.
Als jij mij uiteindelijk ziet, kiest en vasthoudt, kan ik ontspannen.